Wil je dat een obstacle run leuk blijft, kies je afstand dan zo dat je automatisch in de “leuk-uitdagend” zone blijft. Dan ga je minder snel stuk en kun je je tempo en techniek langer zelf sturen. Bij Strong Viking obstacle run merk je dat extra, omdat je niet alleen rent, maar ook hangt, klimt, draagt en door water en modder gaat. Dat vraagt dus tegelijk om conditie, grip, bovenlichaam en het vermogen om te herstellen terwijl je hartslag hoog blijft.
1) Begin bij je zwakke punt: waar je op let in je lijf
Kies niet vanuit “wat klinkt stoer”, maar vanuit één zwakke schakel die bij jou vaak terugkomt. Die geeft meestal een herkenbaar signaal, bijvoorbeeld:
- Je tempo zakt weg na ongeveer een half uur en op gang komen wordt lastig (conditie/tempo)
- Je onderarmen lopen snel vol bij hangen/klimmen en je grip “gaat open” (grip/bovenlichaam)
- Je benen worden zwaar en je pas wordt korter, waardoor soepel blijven lopen ineens het verschil maakt (benen)
- Je voelt sneller zeur in enkel/knie/onderrug zodra je tempo wisselt of op oneffen ondergrond loopt (belasting/gevoeligheden)
Zie hindernissen als checkmomenten. Kun je nog rustig ademen en bewust kiezen hoe je beweegt, dan zit je goed. Wordt je techniek snel rommelig (bijvoorbeeld trekken uit je schouders in plaats van uit je rug, of “hangen” in je onderrug), dan weet je: dit is jouw limiter. En dat signaal helpt je meteen bij je afstandkeuze.
2) Afstand kiezen: langer betekent vaker oefenen met jouw zwakke punt
Een simpele richtlijn: hoe langer je onderweg bent, hoe vaker je zwakke punt terugkomt. Dat is prima, zolang je het beheersbaar houdt.
Is grip/bovenlichaam jouw zwakke plek, dan wil je een afstand waarbij je handen en onderarmen lang genoeg “bruikbaar” blijven. Je merkt dat je goed zit als je meer controle hebt bij klimmen, minder losschiet en minder de neiging krijgt om hindernissen te skippen. Een kortere afstand voelt dan vaak fijner, omdat je net wat meer herstel tussen hindernissen hebt en je techniek langer strak blijft. Wil je toch langer, maak het simpel: eerst adem terug, dan pas trekken/klimmen.
Is conditie/tempo jouw ding, dan helpt een middenafstand vaak om automatisch in een tempo te blijven waarin je tussen obstakels kunt herstellen. Je pacing klopt als je adem na een hindernis weer redelijk snel zakt en je loopritme terugkomt. Wat vaak werkt: een start die de eerste 10 minuten “te rustig” voelt. Dat betaalt zich later terug.
Spelen pijntjes of overbelasting snel op, dan geeft een kortere afstand meestal meer ruimte om in de dagen erna nog normaal te trainen. Je zit goed als je je eigen pas kunt blijven lopen en je landing niet hoeft aan te passen om iets te ontzien. Wil je toch meer, kies dan een moment waarop je opbouw stabieler is, zodat je minder hoeft te compenseren.
3) Thuis trainen: simpel, gericht, en vooral herhaalbaar
Je hebt geen hindernisbaan nodig. Thuis kom je ver met grip, trekken/duwen en doorgaan terwijl je hartslag hoog is.
Voor grip en trekken/duwen: dead hangs aan een pull-up bar of stevige balk, rows met een weerstandsband of onder een tafel, en farmer carries met zware boodschappentassen. Je merkt effect als je langer kunt vasthouden zonder “open handen” en als trekken minder uit nek/schouders komt. Korte, frequente prikkels (bijvoorbeeld een paar setjes na je run) houden het haalbaar.
Voor benen en core onder vermoeidheid: een kort circuit met squats of lunges, step-ups en plankvariaties, met tussendoor 1-2 minuten rustig joggen of touwtje springen. Je traint zo het schakelen: van hard ademen naar toch netjes bewegen. Vooruitgang zie je als je adem sneller zakt en je vorm stabiel blijft.
4) Op de dag zelf: klein gedoe, groot comfort
Rust komt vaak uit keuzes die gedoe voorkomen: schoenen met grip die je al eens nat getest hebt, dunne laagjes die oké blijven als ze nat zijn, eten/drinken dat je maag kent, een starttempo dat te makkelijk voelt, en aandacht voor je handen (nagels kort; tape alleen als je het al eens geprobeerd hebt). Je zit goed als je in het begin nergens aan hoeft te prutsen en je bij de eerste hindernissen ruimte hebt om bewust te kiezen: eerst rustig ademhalen, dan pas kracht zetten. Dat houdt je hoofd rustig en maakt het leuker.

Tijdens corona in 2020 kwam ik erachter hoe makkelijk het was om thuis te sporten. Hoewel er al best wat informatie online stond, miste ik toch nog oefeningen, tips over sport artikelen voor thuis, etc. Daarom ben ik Thuissportschool.nl gestart en deel ik graag tips over thuis sporten!


